Natuurhaven

Natuurhaven "De Kreupel" vogelparadijs in het IJsselmeer


De Kreupel is een 70 hectare groot natuurontwikkelingsgebied in het IJsselmeer.
Het ligt circa acht kilometer ten oosten van Medemblik op een ondiepte, eveneens
de Kreupel geheten. De aanleg van het natuurontwikkelingsgebied vond plaats tussen 2002 en 2004. Het bestaat uit zandplaten, die plaats bieden aan vogels die broeden op kale grond zg. kale grondbroeders en kolonievogels. Hier omheen ligt een gordel van ondiep water met indicenteel wat rietbegroeiing, dat als rustgebied voor watervogels functioneert. Het geheel wordt beschermd tegen stroming en golfslag door een onderbroken kade.

Natuurhaven De Kreupel

De hoofddoelstelling voor het natuurbeheer van de Kreupel is:


  • het ontsluiten van voedselrijke wateren voor voedsel zoekende vogels.
  • het bieden van broedgelegenheid aan kale grondbroeders.
  • het bieden van rust-en voedselplaatsen voor watervogels.

In de 15de eeuw lag de Kreupel boven water en vormde een eiland waar vissers enigszins bescherming konden vinden tijdens slecht weer. De naam dateert uit die tijd maar waar de naam vandaan komt is niet bekend. Veel later is de Kreupel onder water verdwenen en is het altijd een ondiepte gebleven.

 

Natuurhaven De KreupelBij aanleg van het vogeleiland was er een wens kenbaar gemaakt door waterrecreanten om er te kunnen verblijven. Bezoekers op het vogeleiland zouden de vogels verstoren en verontrusten dus is er naar andere opties gekeken. Uiteindelijk is de wens van de waterrecreanten uitgekomen. Er is een nieuw vaardoel met een mogelijkheid om te overnachten: "Natuurhaven de Kreupel". In 2008 is deze haven gerealiseerd. De haven is jaarlijks geopend van 1 april tot 1 oktober. Om ervoor te zorgen dat de vogels rust blijven krijgen zijn er 7 dagen in de week havenmeesters aanwezig. Het beheer gaat in samenwerking met onze watersportvereniging de Kreupel. Wij vervullen, met vele vrijwilligers, de rol als gastheer/havenmeester.

 

*Het is verboden om hier te zwemmen en/of te BBQ-en.

 

Bron: Staatsbosbeheer